Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Griekenland is natuurlijk populair, maar tussen de Canarische Eilanden kun je ook prima ‘hoppen’. Wij hoppen van Tenerife naar La Gomera, naar La Palma en Lanzarote. Een groot voordeel: het klimaat is het hele jaar door aangenaam. Er varen veerboten tussen de eilanden en binnenlandse vluchten zijn niet duur. Extra leuk is het verschil tussen de eilanden; wat ze gemeen hebben is dat het overal schoon is. Er is veel te zien, te doen en te beleven. Hoe wij hoppen: vliegtuig naar Tenerife – boot – La Gomera – boot – La Palma – vliegtuig – Lanzarote. Op ieder eiland huren we een auto en blijven we een kleine week. Heerlijk om hier in februari aan te komen en alle opwachters op het vliegveld in korte broek en slippers te zien.

Tenerife

griend Tenerife

Eerste st(h)op Tenerife. De zuidwestkust van dit eiland heeft de grootste en drukste stranden, zoals Playa de Las Américas waar de voertaal Engels is (veel pensionado’s) en waar de Ierse pubs en Fish-and-Chips het winnen van de Tapasbars. De oost- en noordkust zijn rustiger, maar het regent er wel wat vaker. Dat klimaat is wel iets om op te letten. Voor alle eilanden geldt dat de noord- en oostkant wat natter en koeler (maar wel rustiger en groener) is en de zuid- en westkant droger en warmer en daardoor meer toeristisch.

San Miguel

Onze eerste appartement ligt dicht bij het vliegveld: in het dorp San Miguel, niet direct aan de kust. Een leuk, goed verzorgd, kleinschalig complex met een (wel koud) zwembad en tuin en een erg aardige ontvangst door de Duitse ‘uitbaatster’: Casa San Miguel.

In het dorp kun je een kanon afschieten maar we vinden, op aanraden van de Duitse, een aardig restaurant La Tasquita de Nino met ‘canarische’ specialiteiten (de link naar de website werkt niet meer dus misschien is dit restaurant inmiddels ‘ter ziele’). De hoofdgerechten (lamsbout en geitenvlees) vallen wat tegen maar erg lekker zijn de ‘dips’ voor het brood, vooraf. Eén met fijngemalen chorizo en olie en één met geitenkaas, rode peper, olie en knoflook. De ober maakt voor ons de plaatselijke koffie: in een glas gaat eerst gecondenseerde melk, dan koffie, een beetje likeur, melk, kaneel en citroenschil.

De restauranthouder vertelt ons een nogal merkwaardig fenomeen: de Canarische eilanden verschillen niet alleen qua natuur maar ook zijn er uiterlijke verschillen tussen de eilandbewoners. De oorspronkelijke bewoners van Tenerife en La Palma zijn relatief klein en hebben een rond hoofd. Bewoners van La Gomera hebben een zware kaaklijn. En op Lanzarote en Fuerteventura zijn de bewoners langer en hebben een smaller gezicht. We hebben het eigenlijk niet echt gecheckt maar het zijn wel eilanden dus echt raar klinkt dat weer niet.

We rijden naar Playa de las Americas, het bekendste strand van Tenerife. Zodra we de auto uitstappen worden we belaagd door ‘proppers’ die hun restaurant, show of whatever aanprijzen. Alles ademt British en de stranden liggen vol met pensionados die er, gezien hun doorbakken bruine teint, lang verblijven. Stranden in meervoud omdat pieren van rotsblokken het strand verdelen en de golfslag breken. Niet helemaal ons ‘ding’ maar toch leuk om te zien.

Leuk is zeker Vilaflor, het hoogst gelegen stadje van Tenerife richting vulkaan El Teide. Een mooi stadje met bij het centrale plein twee oude kerken met witte muren, houten plafonds en veel goud. Net buiten het dorp volgen we wandelroute ‘Pino Enano’, een stevige maar mooie klim door bossen en rotsen naar een bijzondere den (de pino). Volgens de borden is het ‘maar’ 900 meter maar die zijn pittig.

Los Gigantes

We verlaten San Miguel en rijden via de noordkant van Tenerife naar Los Gigantes aan de westkust. Daarbij hebben we een uitgebreide ‘stop’ in Puerto de la Cruz (niet te verwarren met Santa Cruz, de hoofdstad) aan de noordkust waar (altijd fijn) een bekende van ons woont. Puerto de la Cruz is een levendig stadje, toeristisch maar wat ons betreft veel leuker dan Las Americas aan de zuidkant. Ook hier veel ouderen. In het centrum ligt een klein strandje en een zeezwembad.

Na een goede lunch in Meson el Monasterio in Los Realejos (groot, goed restaurant gevestigd in een voormalig klooster) rijden we via heel veel haarspeldbochten (mooi naar beetje eng) naar Los Gigantes. We komen terecht in een groot appartementencomplex. Als de wifi niet blijkt te werken en we de bitse ‘beheerster’ vinden meldt deze dat de appartementen door de eigenaren helemaal niet onderverhuurd mogen worden en ze ons dus niet kan helpen. Tja…..geen link dus.

Het leukste deel van Los Gigantes is de haven en directe omgeving daarvan aan de noordkant van de stad. Meer naar het zuiden liggen grootschalige appartementencomplexen. Omdat Los Gigantes tegen de helling die naar de vulkaan El Teide leidt, is opgebouwd, moet er veel geklommen en gedaald worden. Dat geldt trouwens voor veel plaatsen op Tenerife.

We kopen kaartjes voor een walvis/dolfijnentocht bij Katrin. Katrin vaart met een oude boot; wat ons betreft leuker dan zo’n speedboot. Als we de volgende dag de haven uitvaren zien we lange tijd niets, behalve de indrukwekkende rotspartijen Los Gigantes die het water in storten. En dan zien we toch een paar zwarte vinnen opduiken; een groepje van 5 of 6 grienden, een kleine walvissoort van zo’n 5 meter lang. Geen opspattende staarten en springende walvissen, deze grienden kabbelen een beetje rustig rond. Op de terugweg, dichter bij de kust zien we een aantal dolfijnen, altijd leuk.

Wat doe je, behalve genieten van zon, zee en strand, nog meer op Tenerife?

– Wandel rond de Pico del Teide, de vulkaan ligt ruim 3,5 km boven zeeniveau, in het midden van het eiland en steekt overal boven uit. Hou er rekening mee dat het boven koud kan zijn;
– Wandel door het mysterieuze, want vaak mistige, pijnbomenwoud Pino Alta niet ver van Puerto de la Cruz aan de noordkust;
Loro Park in Puerto de la Cruz is een dierentuin en dolfinarium en heeft zelfs een orka show. Over die orka’s is wel een en ander te doen geweest maar ze zijn er nog steeds; een absolute aanrader volgens sommigen, een absolute afrader volgens anderen;
– Wat ten noorden van Los Gigantes, aan de westkust, kun je vanuit het dorp Masca, afdalen door de spectaculaire Mascakloof, je eindigt bij een strandje waar vissersbootjes je terugbrengen naar Los Gigantes;
Garachico aan de noord-west kust is een traditioneel stadje met koloniale gebouwen, smalle straatjes en een levendig dorpsplein. Aan de kust liggen ‘piscines naturales’, kleine natuurlijke zeezwembaden waar de hoge golven door rotsen worden afgeremd;
Icod de los Vinos is een mooi dorp en bekend vanwege El Drago, de meer dan duizend jaar oude drakenbloedboom;
– In Santa Cruz de Tenerife, de hoofdstad van het eiland, is het goed winkelen, er is (behalve op zondag) dagelijks een markt en op zondag een vlooienmarkt. Waar de meeste stranden vulkanisch zwart zijn ligt hier een wit strand van Saharazand.

Meer lezen over de andere eilanden waar we langs hoppen?  La Gomera   La Palma    Lanzarote  
Leuke accommodaties in heel Spanje en de eilanden vind je hier. Er komen er nog meer bij.

Los Gigantes, de westelijke rotskust van Tenerife (foto: MW)

Scootmobielen te huur voor de vele pensionado’s bij Playa de las Americas (foto: MW)

Altijd mooi, zo’n oud bootje (foto: MW)

 

BewarenBewaren

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail